De wereld zou er waarschijnlijk een stuk mooier uitzien, mocht de radio dag in dag uit muziek van het Uské Orchestra draaien. Of op z’n minst zouden heel wat muzikanten en andere creatievelingen zich heel wat bescheidener opstellen. De muziek die Nicolas Husquet (want het Uské Orchestra is in wezen een eenmansoperatie) maakt, is namelijk van het sympathieke, onpretentieuze soort, toch voor wie tegen een losgeslagen tempo en een wazige tonale achtergrond kan. Binnen de lijntjes kleuren is nog steeds niet aan deze ex-Luikenaar (die momenteel in Mexico woont) besteed, zoals duidelijk te horen is op ‘Palpelpin’, het tweede Uské-album voor Sonig.
Op ‘Crise de Nègre’ gaat de Brusselse rapper en wereldburger Pitcho expliciet op zoek naar zijn Kongolees-Afrikaanse roots. Met intelligente, maatschappijkritische teksten, uitgekiende samples uit zowat de volledige zwarte muziekerfenis en uitstekend geproduceerde beats zet hij een frisse interpretatie van de klassieke (Franstalige) hiphop neer.
Tcha Limberger stamt uit een muzikaal geslacht: zijn vader (Vivi Limberger) en grootvader (Piotto Limberger) speelden respectievelijk gitaar en viool. Aanvankelijk koos Limberger voor het instrument van zijn vader en ontwikkelde hij een voorliefde voor flamenco.
Hoewel Limberger grotendeels autodidact is, zijn er drie figuren aan te duiden die essentieel waren voor zijn vroege muzikale ontwikkeling. Koen De Cauter bracht hem de eerste notities van het gitaarspel bij, componist Dick van der Harst gaf hem een muziektheoretische basis (Limberger speelde als dertienjarige bij Muziek Lod) en ook Django Reinhardt-kenner Herman Schamp oefende een grote invloed uit op de jonge Limberger.
Op z’n zeventiende begon Limberger viool te spelen en vijf jaar later trok hij naar Boedapest waar hij lessen klassieke viool volgde en zich inwerkte in het zigeunerrepertoire. Bij zijn terugkeer in België richtte hij eigen groepen op en speelde hij als gast mee bij verschillende andere bands, waaronder – naast heel wat zigeunerensembles – ook het jazztrio Aka Moon. In zijn Kalotaszeg Trio wordt Limberger begeleid door altviolist Rudi Toni en Viktor Berki op contrabas.
Violons Barbares is een internationaal trio dat muzikanten met wortels in Mongolië, Bulgarije en Frankrijk samenbrengt. De uit Mongolië afkomstige, maar sinds 1989 in Duitsland wonende Dandarvaanchig Enkhjargal is te horen op morin khuur (tweesnarige viool, voorzien van de afbeelding van een paardenkop) en met de khoomei, de bekende Mongoolse keelzang. Net als Enkhjargal verruilde Dimitar Gougov zijn geboorteland (in zij geval Bulgarije) voor een Europese verblijfplaats (Frankrijk). Ook hij is te horen op een snaarinstrument, meerbepaald de veertiensnarige gadulka. De Franse percussionist Fabien Guyot is de spreekwoordelijke vreemde eend in de bijt: niet alleen laat hij de snaarinstrumenten links liggen, hij woont ook nog steeds in zijn geboorteland.
De ruggengraat van Chrome Hoof wordt gevormd door de broers Leo en Milo Smee. Gemakkelijk, het zo in de familie houden? Minder dan het lijkt, want waar de eerste gefascineerd was door het hardere gitaarwerk en bas speelde bij de doomband Cathedral, vond de tweede zijn gading vooral bij de beats van house, hiphop en disco. De combinatie van deze twee werelden werd Chrome Hoof. De groep groeide van een duo uit tot een 10-koppige band, inclusief viool, trompet en fagot, op het podium in spacy monnikspijen gestoken (denk: Sunn O))) in ‘Saturday Night Fever’) en bijgestaan door dansers. Hun eerste, titelloze album verscheen in 2004 en werd gevolgd door ‘Pre-Emptive False Rapture’ (2007) en ‘Crush Deep’ (2010). Voor deze laatste exploten vond de groep onderdak bij Southern. Absoluut te mijden voor wie het niet heeft met funk, disco, metal, electro of artrock.
Met OM, een kwartet dat actief was van 1972 tot 1982, had Zwitserland zijn eigen topformatie gedurende de hoogdagen van de fusion. Hoewel de groep weliswaar met anderhalve voet in dat genre stond, werd hun muziek gekruid met occasionele freejazz- en rockuitspattingen wat hen altijd wat onderscheidde van de rest van de fusionbands. Urs Leimgruber (sax), Christy Doran (gitaar), Bobby Burri (bas) en Fredy Studer (drums) namen slechts een handvol albums op vooraleer de stekker uit OM werd getrokken maar ongeveer vijfentwintig jaar later kwam het viertal met hernieuwde energie terug bij elkaar.
De vier groepsleden hebben ondertussen niet stilgezeten. Het valt daarbij op dat ze zich vooral hebben geroerd in kringen van avant-garde jazz en vrije improvisatie. Joëlle Léandre, Han Bennink, Ray Anderson en Joe McPhee zijn maar enkele van de tientallen musici waarmee ze de voorbije twee decennia albums hebben opgenomen. Die ervaringen hebben duidelijk veel invloed gehad op de reïncarnatie van OM, want de muzikale taal die het kwartet tegenwoordig spreekt is amper te verzoenen met die van fusion. De instrumentbehandeling is rauwer, zelfs primitief op sommige momenten en het freaken op sax en gitaar neemt extreme proporties aan. Freejazz, vrije improvisatie en geluidsexperiment maken tegenwoordig de kern uit van OM’s muziek. ‘Willisau’, een live-opname van hun concert op het jazzfestival van Willisau in 2008, is het eerste album sinds hun comeback en barst van de energie en de creativiteit.












Timo van Luijk (Af Ursin)
Elke klank heeft zijn functie
Lars Meijer
Tien jaar kwalitatief elektronisch gemangel, dat moet gevierd worden.
Brecht Ameel (Razen)
Op zoek naar iets oud met een druppel waanzin van onze tijd erbij
Gent Jazz 2010 – Dag 3
Terug naar de bron in drie etappes
Gent Jazz 2010 – Dag 2
Duizend-en-één tradities
Gent Jazz 2010 – Dag 1
Zoek de overeenkomsten
Radical Slave - Madensuyu - Motorpsycho
Muzikale uitputtingsslag
Sinds 2003 belicht de Belgische muziekwebsite Kwadratuur voornamelijk artiesten, groepen en ensembles die minder aan bod komen via de traditionele mediakanalen. Met gratis volledige audiotracks, heldere cd-besprekingen, een uitgebreide agenda, interviews, aankondigingen en wedstrijden wordt sterk ingespeeld op de concertactualiteit en wil Kwadratuur alle genres (van klassiek over jazz tot metal) toegankelijk maken voor een breed, niet-gespecialiseerd publiek.